Ze staan ook wel bekend als ‘de Jagertjes’, Dick (85 jaar) en Gerda (82 jaar), en zijn samen een mooi voorbeeld van lang zelfstandig in je eigen huis blijven wonen ondanks gebreken die steeds groter worden. Dankzij professionele zorg, vrijwillige steun vanuit het Trefpunt en betrokkenheid van velen.

 

Onderwijzers

Dick kwam in 1963 als jonge onderwijzer vanuit Groningen naar de J.P. Hasebroekschool in Heiloo, en Gerda solliciteerde daar als kleuterleidster. ‘Toevallig kwamen we op dezelfde school terecht; het onderwijs heeft ons samen verbonden.’ Dick bleef tot zijn pensioen tevreden werkzaam in het basisonderwijs op verschillende scholen; de laatste in de rij was De Zuidwester, in de buurt van waar zij nu al veertig jaar wonen. Gerda zocht steeds nieuwe uitdagingen en werkte lang als methodiekdocente op de kleuteropleiding. Zij werd in het dorpse Heiloo vroeger soms scheef aangekeken omdat zij het moederschap combineerde met een baan buitenshuis: ‘Ik was die vrouw die zelf werkte en iemand had die de ramen lapte,’ dingen die een echte huisvrouw zelf hoorde te doen! De twee zonen (1965 en 1970) hebben haar altijd gesteund, ‘toen ik in de veertig was en nog een opleiding deed, hebben ze mijn scriptie uitgetypt!’

 

Ouderdom komt met gebreken

Tot vijf jaar geleden reed Dick nog auto, al kreeg hij steeds meer last met zonlicht dat hem verblindde. De diagnose Macula Degeneratie betekende dat zijn zicht in de loop van de tijd onvermijdbaar slechter zou worden. Op dit moment ziet hij bijna niets meer. ‘En ik ben gekrompen!’ vertelt hij er droog achteraan, alsof ook dat een lastige handicap is. Gerda heeft kanker achter de rug en een hersenbloeding. Zij loopt met een rollator vanwege een (blijvende) evenwichtsstoornis. ‘Eerst was ik heel lang ziek, toen kon Dick nog zien. Vanaf het moment dat injecties in het ziekenhuis niet meer hielpen om beter zicht te krijgen, ging het voor hem achteruit. Het is gek, maar het leek wel of ik toen superkracht kreeg! De rollen zijn nu omgedraaid.’ Mentale kracht en levenslust drijven Gerda voort, maar fysiek heeft ook zij veel moeten inleveren van wat vroeger zo vanzelfsprekend was. Elke ochtend komt Evean Thuiszorg voor de noodzakelijke hulp bij hun lichamelijke verzorging. Er is verder huishoudelijke hulp, de boodschappen worden door Picnic aan huis gebracht, de beide zoons komen geregeld langs. Als er niemand is om ze te rijden gaan ze met de Regiotaxi. Ook zijn ze lid van Trefpunt Diensten en maken gebruik van klussenhulp en hulp in de tuin; hun ‘vaste’ klusser Hans is na jaren contact langzaamaan een vriend geworden.

 

Uitstapjes maken

Ze zijn enorm gehecht zijn aan de ruime eengezinswoning waar ze al meer dan veertig jaar wonen. Een huis met een prachtige grote tuin, een heerlijk rustig plekje met groen en vogeltjes en nauwelijks verkeer. Er is goed contact met fijne, betrokken en behulpzame buren: ‘Bijna iedereen woont hier al vanaf het begin dat hier ruim veertig jaar geleden nieuwbouw werd neergezet.’ Voor Dick is het prettig dat alles in en om het huis vertrouwd en bekend is, daar kan hij zich nog een beetje zelfstandig bewegen. Daarnaast vindt hij houvast in zijn herinneringen. Aan zijn geheugen mankeert niets, dat blijkt als hij begint te vertellen.

Hij haalt een hele reeks uitstapjes terug die zij met het Trefpunt hebben gemaakt, deels toen hij nog meer zicht had: varen over de Kagerplassen, een dag naar Texel met een grote bus, bezoek aan De Blauwe Fles in Delft met rondleiding over het maken van Delfts Blauw, naar het museum in De Rijp … Ook zijn ze twee keer mee geweest met een vakantieweek vanuit het Trefpunt, een keer in een touringcar naar Noord-Brabant en een ander jaar naar Friesland: ‘Dat waren heel fijne vakanties! Alles was zo goed georganiseerd. We kregen zelfs thuiszorg in de ochtend op onze hotelkamer. Dat zou nu niet meer gaan, we zouden de groep teveel ophouden en hebben meer hulp nodig dan haalbaar is.’ Wat ze nog wel doen is met de Trefpunt Express meegaan. Gerda bestudeert elke maand het aanbod in het programmablaadje. Kort geleden maakten ze een rondrit door De Schermer, Gerda vertelt dan wat zij ziet en Dick beleeft het mee via haar ogen en zijn eigen opgeslagen herinneringen. Gearmd bezochten ze daar restaurant De Gouden Karper in Rustenburg voor de lunch.

 

Met hulp van velen

Dick houdt zich het liefst aan Gerda vast. ‘Zij is mijn steun en toeverlaat!’ Zo gingen ze vaak samen naar het maandelijkse Oogcafé in het Trefpunt. ‘Maar de laatste keer ben je alleen gegaan,’ vertelt Gerda, ‘Ik vond dat belangrijk, en het lukte goed!’ De chauffeur hielp hem in de taxi, Toos van het Oogcafé ving hem op bij het Trefpunt en hielp hem aan het eind weer in zijn jas, en hij had een fijne middag met lotgenoten.  Binnenkort krijgen ze thuis een nieuwe stagiaire over de vloer, daar kan hij mee uit wandelen, arm in arm een rondje door de buurt. Ook Gerda verheugt zich op gezelschap van een studente. ‘Het kringetje waarin we leven wordt steeds kleiner, maar we zijn nog samen. Terugkijkend kunnen we zeggen dat we er samen goed mee kunnen omgaan. Iedereen helpt een handje. Er is zoveel bereidwilligheid. We zijn dankbaar en hopen echt dat we hier nog lang zo kunnen blijven wonen!’

 

Door Leonie Zwetsloot