Interview met Gwendolyne Garst over vrijwillige respijtzorg – Door Leonie Zwetsloot

Gwendolyne Garst (50 jaar) is wijkverpleegkundige van beroep. In 2019 stopte zij met werken voor een periode van herbezinning. In dat jaar kreeg haar vader Arnold (87 jaar) de diagnose vasculaire dementie. Omdat hij niet meer mocht autorijden is Gwendolyne vanaf dat moment boodschappen, tandartsbezoek en dergelijke gaan regelen.

Ziekenhuis De mantelzorg breidde zich uit vanaf december 2019, toen haar vader na een val van de fiets met een dubbele bekkenbreuk in een revalidatiekliniek werd opgenomen. ‘Het was een drama! Je zag hem afglijden. Hij was al zijn houvast kwijt. Hij wilde naar huis! Had hij zijn koffertje ingepakt als je op bezoek kwam …’ Zes weken in de kliniek eindigde met longontsteking en RS-virus. Dat betekende weer naar het ziekenhuis, waar hij tot overmaat van ramp in isolatie moest (corona was net in Nederland). Het heeft hem cognitief en fysiek enorm verzwakt. Gelukkig knapt hij thuis op, al blijft de dementie een wisselend gedrag geven. Dan wordt moeder Nelleke (81 jaar) begin april ziek. Binnen enkele weken kan zij niet meer rechtop kan lopen. Ze blijkt aan een zeldzame spierziekte te lijden die ernstig krachtsverlies tot gevolg heeft. Om haar medicatie in te stellen zijn verschillende ziekenhuisopnames nodig. Zij krijgt een rolstoel en zal het hele jaar aan huis gebonden zijn.

Corona ‘De zorg die mijn ouders tijdens de eerste coronagolf thuis nodig hadden, werd als ‘niet urgent’ gezien. Alle hulp was bang voor corona en voorzieningen waren ‘op slot’. Het was een geluk dat ik toen zelf niet werkte, ik heb ze wekenlang begeleid met de ADL-zorg (algemeen dagelijkse levensbehoeften). Mijn moeder was fysiek afhankelijk, en mijn vader raakte enorm verward door alle veranderingen. “Wie ben jij? Jij bent Nelleke niet! Mijn vrouw zit niet in een rolstoel!” Hij was zijn vertrouwde omgeving kwijt.’ Gwendolyne heeft bijna twee maanden alles gedaan wat nodig was, twee huishoudens draaiend gehouden. ‘Eind mei heb ik huilend naar de thuiszorg gebeld om te zeggen dat ik het niet meer trok. Ik zat er helemaal doorheen. En hoe lang zou dit nog duren?!’ Gelukkig is de wijkzorg toen ingesprongen met hulp in de avond bij douchen en naar bed. Toen stond zij er niet meer helemaal alleen voor.

Vrijwillige respijtzorg In de zomer worden de meeste coronabeperkingen opgeheven en begint haar vader aan dagbesteding op een zorgboerderij, eerst een dag in de week, later twee dagen. Daarnaast komen er twee vrijwilligers via het Trefpunt. Mandy die al sinds begin maart met hem wandelt en op woensdag vrijwilliger Nelly via Het Trefpunt: ‘Elke week doen ze samen iets leuks. Liefst gaan ze ergens heen, naar een museum of een wandelingetje maken. Mijn vader is gek op chocola, dus als ze naar de winkel gaan en hij zelf aanwijst wat hij lekker vindt is hij als een kind zo blij! Met slecht weer maken ze een puzzel in zijn werkkamer. Zo heeft mijn moeder een paar uurtjes rust. Ter afsluiting drinken ze met zijn drieën een kopje thee.’ Deze respijtzorg bevalt zo goed dat Gwendolyne ook voor haar moeder ‘een eigen luisterend oor’ wil aanvragen, als duidelijk is dat zij weliswaar aan mobiliteit kan winnen met behulp van prednison maar toch ‘patiënt’ zal blijven. ‘Dus heb ik Het Trefpunt weer gebeld. Nu komt Nelly twee keer in de week! Op woensdag voor mijn vader, en op vrijdag – als mijn vader bij de dagbesteding is – komt ze voor mijn moeder. Ze doet ook Reiki, waar mijn moeder enorm van opknapt. Ik vind het heel fijn dat Nelly hen allebei kent en zo vertrouwd met ze is. Ze biedt een luisterend oor en gezellige afleiding, en voor mij betekent het een belangrijk stukje ont-zorgen. Rust en vrijheid, ook in mijn hoofd.’

Boodschappen Sinds de herfst krijgt het echtpaar Stegeman via de WMO professionele huishoudelijke zorg. Voor de boodschappen moest Gwendolyne opnieuw een vrijwilliger vinden: ‘Ik vond het wel even moeilijk om wéér om hulp te vragen. Maar bij Het Trefpunt zijn ze altijd vriendelijk en vol begrip voor de situatie. Dus hebben we nu ook iemand die wekelijks met haar eigen bakfiets naar de EKO-Plaza gaat, want mijn ouders eten graag biologisch. Ik haal zelf nog de zware en houdbare spullen met de auto.’ Tenslotte maakt familie Stegeman incidenteel via Het Trefpunt gebruik van vrijwilligersvervoer (ziekenhuisbezoek in Alkmaar) en van een vrijwilliger voor werk in de tuin.

Al met al is de mantelzorgsituatie inmiddels tot draagbare proporties gebracht. Gwendolyne is nog altijd de mantelzorger en coach voor haar ouders en de zorgverleners om hen heen, maar ze staat er niet meer alleen voor. ‘Ik kan me ook weer op mijn eigen dingen richten, en sinds mijn moeder weer wat  beter gaat ben ik weer in een klein baantje gaan werken.’