Maartje van Egmond is sinds mei dit jaar werkzaam in de Buk Buk. Het is haar eerste baan op dit gebied. Hiervoor werkte zij na een opleiding op de modeacademie in verschillende creatieve en commerciële functies bij grote modebedrijven. Tijdens de coronaperiode startte ze zelf een bedrijf met een eigen kledingmerk en ontdekte dat ze niet warm liep voor de bedrijfsmatige kant.

Aandacht geven

In diezelfde tijd viel het haar op dat jongeren in haar familie en vriendenkring het echt moeilijk hadden. ‘Ik zag dat ze in coconnetjes zaten, afgesloten en opgesloten, dat contacten stroever liepen en ook de sociaal sterkeren aan het afzakken waren. Jongeren stonden overal een beetje naast … Maar ik merkte ook dat als ik met ze praatte en aandacht gaf, kleine gesprekjes al een sparkel gaven en dat ze met een kleine sparkel al opleefden! Zo kreeg ik het gevoel dat er op dit gebied meer te doen viel. Dat ik meer kon bereiken en meer te geven had.’ Maartje oriënteerde zich op een studie die hierbij aansloot en vond ‘jongerencoaching’, een omscholingstraject dat haar meteen praktisch aan de slag zette met huiswerkopdrachten in gesprekstechnieken en jongeren interviewen.

Inloopuren

Enthousiast over dit nieuwe pad heeft zij de mode snel losgelaten. In januari dit jaar begon de nieuwe studie en al in mei startte haar baan bij het jongerenwerk Heiloo. Vanaf die tijd draait zij mee bij de ‘inloopactiviteiten’ in de Buk Buk voor de verschillende leeftijdsgroepen. Het werken in de inloopuren is heel ‘hands on’: vooraf weet je niet wat zich die middag of avond zal voordoen. Komen er weinig jongeren of wordt het druk? Hebben ze ideeën om iets te gaan doen of gaan ze zich lopen vervelen? Maartje vertelt dat ze in dat laatste geval soms zelf iets voorstelt, een creatieve activiteit bijvoorbeeld. ‘Of als de taal een barrière vormt om ergens op door te praten ga ik zelf ook wel eens met een jongere tekenen.’

 Respect en vertrouwen

Het team van drie jongerenwerkers hecht er veel waarde aan dat jongeren van allerlei achtergronden naar de Buk Buk komen. ‘We willen de veiligheid waarborgen, zorgen dat iedereen welkom is en gerespecteerd wordt. Diversiteit en inclusiviteit. We hebben niet veel regels, maar hier letten we goed op. Bijvoorbeeld kwetsende woorden gebruiken, dat kan niet! Daar zitten we bovenop.’

Om zoveel mogelijk verschillende jongeren te bereiken, gaat Maartje met haar shirt van het jongerenwerk aan (voor de herkenbaarheid) af en toe ergens de wijk in, met fiets of lopend, en knoopt een praatje aan met jeugd op straat. ‘Soms kennen ze ons niet; soms weten ze wel van de Buk Buk (het gebouw) maar niet wat er te doen is of hoe het werkt, wat we voor ze kunnen betekenen als er thuis weinig mogelijk is – bijvoorbeeld dat wij kunnen helpen omdat we de weg weten bij de gemeente. Zoek ons maar eens op internet, zeg ik dan. Door aan te haken bij wat voor hun op dat moment van belang is, kun je het snelst vertrouwen winnen en dan heb je kans dat ze eens langskomen.’

Het ‘brede’ werkveld

Maartje vertelt hoe ze haar ervaring met PR en marketing in de modebranche kon inzetten bij de ‘sneaker-actie’ die studenten van In-Holland samen met de jongeren hebben opgezet en uitgevoerd. ‘Het was erg leuk om met deze actie veel jongeren te betrekken en veel anderen blij te maken: de voorbereiding en organisatie vooraf, het inzamelen en oppoetsen van de sneakers, ze aantrekkelijk aanbieden. Vanuit duurzaamheid spullen een tweede leven geven. Hoe mooi is dat?’

Wat haar ook verrast heeft is hoe ‘breed’ het jongerenwerk is: ‘Er komt zoveel bij kijken, je hebt met zoveel facetten te maken. Met de jongeren zelf heb je sport & spel, de vrije ruimte, het creëren van een goede sfeer, de contacten daarin en de leuke dingen doen. Maar daaromheen speelt ook nog van alles. Je moet weten waar je kunt aankloppen als er dingen spelen of problemen zijn, als er bijvoorbeeld hulpverlening nodig is begeleid je iemand daarnaartoe. Je moet op de hoogte zijn van wat de gemeente kan doen, van welke ‘potjes’ er zijn, en er zijn overleggen en intervisie met andere jongerenwerkers in BUCH-verband. Heel leerzaam en inspirerend.’

Naast de jongeren staan

Soms komen er ook vragen vanuit of via de gemeente binnen. Wanneer in een bepaalde wijk bewoners last hebben van hangjeugd kan de wijkagent of de gemeenteambtenaar ons benaderen. ‘Er wordt wel eens gevraagd of wij die jongeren ‘naar ons toe kunnen halen’. Ook ouders verwachten soms dat wij iets doen of aanpakken, als zij zich zorgen maken. Zulke vragen leveren snel een dilemma op. We bespreken onderling uitgebreid wat we wanneer moeten of kunnen doen. We willen altijd een aanspreekpunt zijn, een klankbord voor ouders, maar de rol van bemiddelaar is al te moeilijk, want wij staan náást de jongeren. Wij zijn niet de opvoeders. We zullen jongeren op bepaalde risico’s of gevaren wijzen, maar gaan niet zo ver als dingen te verbieden – dan stoot je ze van je af. En wij willen juist met ze in gesprek blijven. Open zijn in het contact. Zonder openheid immers geen vertrouwen!’

Door Leonie Zwetsloot