Tom Nijbacker (55 jaar) is opgeleid in de organische chemie en werkt bij TNO in Petten. Hij doet onderzoek op het gebied van energietransitie, in het bijzonder naar ‘vergassing’: hoe kun je uit afvalstromen opnieuw energie en grondstoffen winnen? Belangrijk voor een duurzame toekomst, want zoals hij zelf zegt: ‘We hebben geen drie aardes te verspillen!’

Technische interesse en handigheid heeft hij van jongs af aan. ‘Mijn vader was heel handig, hij maakte alles zelf en ik zat altijd op zijn lip omdat ik het leuk vond. Ik kreeg een oude tv die ik uit elkaar mocht halen; onderdeeltjes eruit halen, die solderen en er een nieuw klein apparaatje van proberen te maken. Of de kapotte naaimachine van mijn moeder die ze mij liet repareren. Dus ik ontdekte al vroeg dat ik graag met mijn handen werk.’

Zijn motivatie voor het Repair Café wordt daarnaast bepaald door zijn afkeer van de ‘weggooimaatschappij’: ‘Waarom zou je iets weggooien als je het ook kunt repareren? Ik vind het jammer dat de hele maatschappij de laatste vijftig jaar steeds meer gericht is op weggooien, onder het mom dat dat goed zou zijn voor de economie. Dat wordt ons aangepraat, geloof ik. Ik vraag me af voor wie dat snelle weggooien echt goed is … Niet voor de gewone mensen, denk ik.’

Veel spullen worden tegenwoordig zo geproduceerd dat ze een korte levensduur hebben, bijvoorbeeld goedkope apparaten die uit China komen. Tom ergert zich daar duidelijk aan:  ‘Consumenten houden er bij voorbaat al rekening mee. Ze vinden het al mooi als iets een jaar meegaat, en dan schaffen ze weer een volgend goedkoop apparaat aan. Als het stukgaat kun je er niks mee, al zou je willen, want die goedkope spullen zijn niet reparabel. Hier en daar zijn wel bedrijven die het goede doen, zoals Fair Phone. Zij maken een telefoon, opgebouwd uit stukjes (modules) die allemaal te repareren zijn, zodat je niet de hele telefoon (inclusief kostbare metalen) hoeft af te danken. Maar de omslag zou sneller moeten gaan. Ik vind dat er Europese wetgeving nodig is, regels die stellen dat nieuwe apparaten zo ontworpen en gemaakt worden dat repareren mogelijk is.’

In het Repair Café zijn gelijkgestemde vrijwilligers actief, Tom verwijst naar een paar mannen die ook bij Dorcas werken, waar ze de ingeleverde oude elektronica nakijken voordat het de winkel in gaat. In het Trefpunt kunnen mensen ook terecht met kapotte sieraden, met een haperende telefoon, of met een kapot kledingstuk waar de naaimachine bij nodig is. De vrijwilligers hebben hun eigen expertise en nemen hun eigen gereedschap mee. Meestal gaat het om kleine klussen, die niet veel tijd vragen, al is dat vooraf niet altijd duidelijk. Tom vertelt over de mevrouw die met een vastgelopen naaimachine kwam, wat een tijdrovend en ingewikkeld karwei leek te worden. ‘Als er dan nog iemand anders zit te wachten, kan ik me hier niet een half uur lang mee bezighouden. De meeste dingen zijn binnen een minuut of tien wel klaar. Ik vroeg de vrouw om haar telefoonnummer en zij liet de naaimachine achter. Toen het later die ochtend stil werd, bleek het ingewikkelde karweitje toch mee te vallen: een paar afgebroken draadjes achter het spoelhuis veroorzaakten het probleem. Dus aan het eind van de ochtend kon ze haar naaimachine weer ophalen.’

Er komt van alles langs in het Repair Café. Kapotte lampen, koffiezetapparaten, stofzuigers, koptelefoons, snoeren, maar ook kerstversiering. Soms zijn het kostbare of antieke dingen die ‘nog van oma’ waren of op een andere manier emotionele waarde vertegenwoordigen. ‘Dat is vaak heel leuk,’ zegt Tom, ‘als je iets kunt repareren waar een bijzondere herinnering aan verbonden is. Mensen vertellen soms een heel verhaal, waarom ze zo blij zijn met het lampje van vroeger dat het nu weer doet; ja, dat is echt mooi. Dat maakt mij ook blij, daar doe je het eigenlijk ook voor …’

Door Leonie Zwetsloot